Penicilline-allergie, de allergie die meestal geen allergie is

Interview

Penicilline-allergie, de allergie die meestal geen allergie is

Interview met A-team consulenten Aniek Adams, verpleegkundige in opleiding tot specialist, en Lilianne Eskens, farmaceutisch consulent in het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis. Ongeveer tien procent van de opgenomen patiënten heeft een label penicilline-allergie. Slechts een tot anderhalf procent blijkt daadwerkelijk allergisch te zijn. Mensen met een onterecht label penicilline-allergie lopen het risico te worden behandeld met een minder effectief en meestal duurder tweede keus antibioticum. Vaak betekent dit een minder snelle genezing, extra ligdagen en een groter risico op het ontwikkelen van antibioticaresistentie. Dit alles leidt tot onnodig hogere zorgkosten. Zorgprofessionals in het Elisabeth-Tweesteden Ziekenhuis bedachten een succesvolle interventie om mensen te verlossen van het onnodige label ‘penicilline-allergie’. 
De aanleiding voor het penicilline delabel project

Aniek: “Veel mensen krijgen een label geneesmiddelenallergie terwijl dat niet terecht is. Uit onderzoek naar penicilline-allergieën is bekend dat zelfs 85-90% van de mensen ten onrechte een notitie van zo’n allergie in het medisch dossier heeft staan. Dit komt omdat mensen vaak over hun allergie heen groeien of omdat de klachten verward werden met bijwerkingen van penicilline of een intolerantie er voor. In het ETZ wilden we de groep mensen met een onterecht allergielabel identificeren en delabelen. We dienden ons projectvoorstel met succes in bij Doen of laten? en vorig jaar konden we starten met onze interventie.”

“Op basis van de anamnese en een check van patiëntgegevens in het LSP konden we al 42% van de labels penicilline-allergie schrappen”

De interventie

Aniek: “Als Antibiotica-team (A-team) ontwikkelden we samen met internist-infectioloog Marvin Berrevoets en allergoloog Theo Rovers een stroomschema dat we konden doorlopen bij elke opgenomen patiënt met een penicillineallergie. Voorwaarde was dat mensen niet te ziek waren en dat ons project paste in het behandelplan. Gebruik van Prednison was bijvoorbeeld een contra-indicatie voor eventuele provocatietesten.

Lilianne: “Als farmaceutisch consulent en lid van het A-team heb ik ons team van apothekers en apothekersassistenten betrokken en zij waren direct enthousiast. Onderdeel van een opname is de medicatieverificatie door de apothekersassistenten. Deze werd uitgebreid met een penicilline-anamnese om de allergie nader uit te vragen, want het klachtenpatroon maakt vaak al duidelijk of het een mogelijke allergie betreft of bijwerking of intolerantie.
Aanvullend raadplegen we de verstrekte medicatie in het Landelijk Schakelpunt (LSP). Als blijkt dat iemand eerder een penicillinekuur heeft ontvangen en deze ook zonder problemen heeft afgemaakt weet je genoeg. Op basis van de anamnese en een check van patiëntgegevens in het LSP konden we afgelopen jaar al 42% van de labels penicilline-allergie schrappen.

Lilianne vervolgt: “Aan de hand van het eerder genoemde stroomschema maken we een risico-inschatting en delen we patiënten met een penicilline allergie label in naar vier groepen, te weten:
1. De groep met een intoleratie of bijwerking: bij deze groep kan het label ‘penicilline-allergie’ direct worden geschrapt uit het dossier.
2. De groep met een medium risico (MR) op een allergie: hier is een orale provocatietest geïndiceerd.
3. De hoog risicogroep (HR): Hier adviseren we een huidtest gevolgd door een orale provocatietest.
4. De groep met een ernstig type IV allergische reactie: deze groep heeft terecht het label penicilline-allergie.”

Aniek: “Als er aanvullende diagnostiek nodig blijkt voor mensen met een medium of een hoog risico, gaan we als A-team in overleg met de hoofdbehandelaar om te kijken of dit is in te plannen binnen de behandeling. De patiënt zelf kunnen we met goede informatie over het algemeen prima meenemen in het belang van extra testen al blijft er een groep die hier geen toestemming voor geeft.
Een uitdaging voor dit project blijkt de snelle doorstroming in het ziekenhuis. Die is hoog, waardoor er soms weinig tijd is voor extra diagnostiek en patiënten al ontslagen zijn. Met de testen die we wel konden uitvoeren hebben we nog eens 27 mensen kunnen delabelen. In totaal konden we 53% van de patiënten waarbij we dit traject zijn gestart delabelen.”

Terugkoppeling naar de huisarts

Aniek: “Als het label penicilline-allergie kan komen te vervallen informeren we als laatste stap de huisarts met het verzoek dit door te voeren in hun eigen dossier en om aanvullend de apotheker te informeren. Met steekproeven achteraf checken we of het lukt om op deze wijze de delabeling in de dossiers van ziekenhuis, huisarts en apotheker gelijk te trekken.”

“Het is belangrijk bij elke eerste notitie van een penicilline-allergie in een medisch dossier goed te verifiëren of het werkelijk een allergie betreft, of juist een bijwerking of een intolerantie”

Bredere bewustwording over penicilline-allergie

Aniek: “Er moet een breder bewustzijn komen over de consequenties van een label penicilline-allergie als dat niet terecht is. En die bewustwording beperkt zich nadrukkelijk niet tot het ziekenhuis. Het is belangrijk bij elke eerste notitie van een penicilline-allergie in een medisch dossier goed te verifiëren of het werkelijk een allergie betreft, of juist een bijwerking of een intolerantie”

Lilianne: “Onze apothekersassistenten zijn door dit project goed geïnformeerd over allergieën en kunnen dit onderscheid inmiddels maken. Als wij in ons ziekenhuis met de anamnese en een check van de patiëntengegevens in het LSP op relatief simpele wijze kunnen delabelen kan dit op meer plekken worden gedaan. En dit onderdeel kan zonder tussenkomst van een allergoloog worden opgezet.
Aniek vult aan: “Bij de medium of hoogrisicogroepen zijn er aanvullende, gecontroleerde, tests nodig om uitsluitsel te geven over een penicilline-allergie. Daarvoor is niet elke zorgsetting goed toegerust. Waar mogelijk helpen we mensen echter graag op weg.”

Webinartip

Geïnspireerd geraakt? Het eerstvolgende lunchwebinar van Doen of laten? is geheel gewijd aan het penicilline delabel project.

Meer lezen

Inzicht in het terugdringen van onnodige zorg in Nederland

Meer lezen